De ontwikkeling van homoseksualiteit
Homoseksualiteit kunnen we niet noemen als iets dat ontdekt is. Sinds dat er mensen bestaan hebben sommige mannen en vrouwen zowel een emotionele als een seksuele voorkeur voor seksegenoten. Wat wel interessant is om nader te bespreken is het verloop van de ontwikkeling en de tolerantie van homoseksualiteit. Hierbij richten we ons op de ontwikkelingen in Nederland en in de Verenigde Staten. En bekijken we de ontwikkelingen sinds 1890, het jaar dat de film zich begon te ontwikkelen. Ook belichten we de aidsepidemie, een belangrijk aspect binnen de ontwikkeling van de homoseksualiteit.
Nederland
Als sinds de tijd dat de mensen bekend werden met homoseksualiteit is er geen sprake van volledige acceptatie. Sterker nog, sinds de dertiende eeuw werd homoseksualiteit gezien als een misdrijf en werden homoseksuelen gestraft voor het uitten van hun gevoelens. Homoseksualiteit was toen alleen bekend onder de naam ‘sodomie’, dezelfde term die men gebruikt voor de seksuele omgang tussen mens en dier. De term homoseksualiteit werd pas sinds 1869 voor de eerste keer gebruikt en deze werd al gauw overgenomen door medische literatuur, kranten en zelfs in de omgangstaal. Homoseksualiteit was in deze tijd nog steeds een bijzonderheid. Medici zochten voor aanwijzingen voor het herkennen van een homoseksueel en kwamen er langzamerhand achter dat homoseksuelen zo geboren worden. Desondanks werd dit niet hard gemaakt en betwijfelde veel mensen de theorieën over homoseksualiteit.
Sinds 1870 tot ongeveer 1940 nam de strijdbaarheid van homoseksualiteit toe. In verschillende Europese landen namen homoseksuelen initiatieven om het publiek voor te lichten over homoseksualiteit. Dit gaf veel homoseksuelen de mogelijkheid uit het isolement te komen. Sindsdien werd homoseksualiteit ook niet meer gecriminaliseerd, maar zeker ook niet geaccepteerd. De Tweede Wereldoorlog bracht weer een dieptepunt in de geschiedenis van de homoseksualiteit. Homo’s werden niet geaccepteerd en zelfs vervolgd en afgevoerd naar concentratiekampen. Na de oorlog, in 1948 kwam de VN met de ‘Universele verklaring van de rechten van de mens’. Hierin werd vastgelegd dat ieder mens gelijk moet worden behandeld ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst etc. Desondanks werden de problemen rond homoseksualiteit hier niet mee opgelost. Men dacht nog steeds dat homoseksualiteit iets was waar je vanaf kon komen. Er werden verschillende manieren bedacht om homoseksuelen heteroseksueel te maken.
Rond de jaren ’60 en ’70 werd de tolerantie van homoseksualiteit steeds beter. Een duidelijke oorzaak hiervan is er niet. De kerk die steeds minder invloed kreeg zou een oorzaak kunnen zijn.
In de jaren ’70 keerde de wereld van de homoseksualiteit zich drastisch. Er ontstond een openlijke homocultuur. Homo’s bezochten vaak bars en disco’s die in eerste instantie als ontmoetingsplek dienden, maar waar later ook seksuele contacten normaal werden. Er ontstond een veilige plek voor homoseksuelen om zich te laten gaan. Hier kwam echter een einde aan toen aids om de hoek kwam kijken. Voorheen was men alleen bekend met geslachtziektes die behandelbaar waren, maar dat was bij aids niet het geval. Omdat de aids-epidemie in Nederland later uitbrak, kon men zich goed voorbereiden en veel voorlichting geven. Nederland was een van de eerste landen in Europa waar de overheid, gezondheidszorg en homobeweging samenwerkten om de epidemie te bestrijden. Dit bleek een succes, waarna andere landen al snel volgden. In de jaren ’90 bloeide de homocultuur weer op. De vrijheid, wat erg hoog staat binnen de homocultuur, werd weer opgepakt. Ook in seksuele zin. Maar men was beter voorgelicht en dus behoedzamer dan in de jaren ’70.
Nederland is een voorlopend land wat betreft de tolerantie van homoseksualiteit. In 2001 werd in Nederland het eerste homohuwelijk van de wereld gesloten. Een goed voorbeeld dus voor andere landen.
Verenigde Staten
Homoseksualiteit werd in Amerika gezien als een misdrijf en was dus strafbaar. Hierdoor ontwikkelde homoseksualiteit zich in romantische vriendschappen. Vreemd genoeg werden deze geaccepteerd en zelfs geïdealiseerd. Men ging er vanuit dat deze vriendschappen volledig aseksueel waren. Toch kwam het in deze romantische vriendschappen tot strelen, kussen en zelfs in hetzelfde bed slapen. Zelfs in latere leeftijd van mannen, waarbij zij trouwden met een vrouw, onderhielden zij deze romantische vriendschappen. Binnen de Young Men’s Christian Association (YMCA) vonden mannen vriendschap en liefde bij seksegenoten. Vrouwelijke prostituees onderhielden zowel voor hun werk seksuele relaties met vrouwen, maar ook steeds vaker privé. Niet alleen in deze wereld legden vrouwen seksueel contact. Ook studentes van meisjescolleges en kostscholen onderhielden romantische vriendschappen met elkaar. Dit werd ‘smashing’ genoemd. Het hield in dat de meisjes dezelfde gevoelens als verliefdheid en jaloezie ondervonden voor een meisje als dat ze voor een jongen zouden doen. Deze ‘smashing’-relaties hielden vaak niet langer stand dan de schooltijd en verschilden daarin in echt romantische vriendschappen.
Chicago, New York, Philadelphia, San Francisco en Washington kenden aan het eind van de 19e eeuw een homosubcultuur. Homoseksuelen hadden een eigen gemeenschap met eigen gewoonten, tradities en ontmoetingsplaatsen. Hoewel het nu doet blijken dat de homo’s in de Verenigde Staten vrijspel hadden, was dat in werkelijkheid anders. Homoseksualiteit was strafbaar en werd dan ook vermomd achter de romantische vriendschappen. ‘Openbare eerbaarheid’ was nog steeds erg belangrijk. Echter waren er geen duidelijk lijnen van wat wel of geen eerbaar gedrag was. De politie kon dan ook gemakkelijk ingrijpen bij wat zij oneerbaar gedrag vonden. Er werd steeds meer een homofobie gecreëerd. Homoseksualiteit werd vergeleken met het communisme. Beiden hadden ze hun eigen ontmoetingplaatsen, literatuur en opereerden niet publiekelijk. Omdat de mensen binnen deze gemeenschappen zo een sterke band hadden werden zij gezien als een dreiging voor het gezinsleven en de publieke sfeer. Er ontstond een soort heksenjacht op zowel communisten als homoseksuelen. Zij zouden een bedreiging zijn voor de veiligheid van de Verenigde Staten omdat ze niet betrouwbaar en makkelijk chanteerbaar zouden zijn.
Typisch is dat de eerste homofielenorganisatie, de Mattachine Society, in de Verenigde Staten is opgericht door een communist. De homofielenorganisaties van zowel de Verenigde Staten als Europa onderhielden contact met elkaar en probeerden een openlijke discussie op te zetten om duidelijk te maken dat homoseksualiteit geen ziekte of aandoening was. In 1969 werd in New York een politieke beweging tot stand gebracht waarin homoseksualiteit niet meer werd geschroomd. De Gay Liberation Front (GLF) ging de straat op om blijk te geven van hun onvrede. Na een aantal jaar hadden de bevrijdingsbewegingen hun beste tijd gehad. Het werd tijd voor een andere vorm van politieke strijd, namelijk het activisme. De belangrijkste groep in de Verenigde Staten was de Gay Activists’ Alliance. Deze groep was afgeleid van de Gay Liberation Front. Hoofdzakelijk streden zij ook voor de vrijheid van homoseksuelen, maar op een andere manier. De actiegroepen waren hechter en beter georganiseerd. Een belangrijk resultaat behaalden de actiegroepen in 1973 toen de American Psychiatric Association homoseksualiteit uit de lijst van geestesziekten schrapte. Ook wisten ze de opheffing van het beroepsverbod voor homoseksuelen te bereiken. De jaren ’70 werden ook de jaren waarin de ontmoetingsplaatsen werden uitgebreid. Het lied ‘YMCA’ van de Village People werd niet alleen een grote hit, ook wordt het gezien als een kenmerk van deze nieuwe, veel vrijere generatie homoseksuelen. Begin jaren ’80 maakte ook in de Verenigde Staten aids een einde aan de vreugdedans. De epidemie raakte de Verenigde Staten hard. Helaas werd er door de overheid en de media niet direct wat aan gedaan. De enige reactie was eigenlijk het sluiten van sauna’s en dark rooms. Hieruit bleek dan ook de homofobie die de overheid had. Het was juist nu dat homo-organisaties moesten gaan samenwerken met de overheid, zoals dat in Nederland werd gedaan, om goede voorlichting te geven en de epidemie de kop in te drukken. Activisten zetten protestacties op en mede door de epidemie en de noodzakelijke samenwerking van organisaties werd er ook binnen de organisaties doelen bereikt. Zo kon een lesbienne bijvoorbeeld leiding geven aan een organisatie. Wat een nog belangrijker punt was, was dat de mensen zich bewuster werden van hun seksuele omgang. Een vaste partner werd belangrijker. In het begin van de jaren ’90 bloeide ook in de Verenigde Staten de homocultuur weer op. Ook nu was seksueel plezier een belangrijke factor in de homocultuur. Inmiddels hadden homoseksuelen wel geleerd wat veilig vrijen was. Ook konden zij nu meer uit het isolement komen door de aandacht van de media voor het aidsprobleem. Mensen werden nieuwsgierig naar homo’s en hun levensstijl.
Aids
Een belangrijke periode in de ontwikkeling van de homoseksualiteit in zowel Nederland als in de Verenigde Staten is die van de aids epidemie. De homowereld, waarin nogal een vrije seksuele omgang heerste, was een uitstekende plaats voor seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) om zich te nestelen. In het begin ging dit vooral om soa’s die makkelijk te behandelen waren. Begin jaren ’80 ontstonden er nieuwe ziektes, zoals chlamydia en hepatitis die minder snel te genezen waren. Ook ontstonden er ziektes die eigenlijk weinig met seksuele ervaringen te maken hadden. Longziektes bijvoorbeeld. In 1981 verscheen het eerste rapport over een ziektebeeld dat voorkwam onder homoseksuele, vooral jonge, mannen en waaraan er zelfs al slachtoffers waren overleden. De meeste mensen waarbij de symptomen voorkwamen, stierven vrij snel. Er werd gevreesd voor de opkomst van een fatale ziekte. Omdat deze ziekte vooral voorkwam bij homoseksuelen kreeg hij dan ook de naam Gay-Related Immune Deficiency (GRID). Na een jaar werd de naam veranderd in Acquired Immune Deficiency Syndrome (aids). De kerk zag deze ziekte als een straf van God voor een zondig leven. Waar de homogemeenschap al voor vreesde kwam uit. Aids werd een ramp voor de homowereld. Tienduizenden homo’s stierven aan deze vreselijke ziekte. Vooral in de Verenigde Staten vielen veel slachtoffers. In tegenstelling tot Nederland faalde de Amerikaanse overheid in het snel handelen in deze situatie. Al gauw bleek dat aids niet alleen voorkwam bij homoseksuelen maar ook bij heroïnegebruikers en migranten. Toen uiteindelijk ook bleek dat ook heteroseksuelen en niet alleen minderheden deze ziekte konden oplopen werd er aan de alarmbellen getrokken. In 1984 werd de oorzaak van aids ontdekt, namelijk het Human Immunodeficiency Virus (hiv). In eerste instantie werd het sterk afgeraden mensen met een mogelijke besmetting te testen. Er was op dat moment natuurlijk ook nog geen medicijn of medische oplossing voor het virus. Psychische en sociale problemen zouden hier het gevolg van kunnen worden. Toen eenmaal de eerste aidsremmers op de markt kwamen, werd dit advies weer ingetrokken en was het juist raadzaam om de mensen wel te laten testen.
Snel ontdekten artsen hoe de ziekte overdraagbaar was. Bloed, sperma en andere lichaamssappen konden het virus bevatten. Veilige seks en voorlichting hierover werd dan ook sterk aangeraden.
In Nederland kwam er al gauw actie tegen aids in de zin van voorlichting. De overheid, gezondheidsorganisaties en homo-organisaties schroomden niet om samen te werken en de epidemie enigszins terug te dringen. In de Verenigde Staten daarentegen, reageerde de overheid niet en uiteindelijk te laat op dit levengevaarlijke probleem. Dit leidde tot grote onvrede onder homoseksuelen. Er vormden zich radicale groepen die de aanpak zwaar bekritiseerden. Act Up was een van de bekendste groepen. Door hun zware kritiek en soms agressieve actiemethoden bereikten zij uiteindelijk wel dat er een methode werd ontwikkeld om mensen zo snel mogelijk te testen. Steeds meer organisaties beseften dat zij zelf de ziekte moesten aanpakken. Sommigen deden dit door middel van psychische hulp aan te bieden en anderen door illegale veelbelovende medicijnen te importeren.
In Nederland werd er naaste de goede voorlichting ook gezorgd voor schone injectienaalden voor verslaafden en kwamen er aparte afdelingen in ziekenhuizen en werd psychische begeleiding een belangrijk punt het leven van patiënten.
In 1990 kwamen er antivirale medicijnen beschikbaar. Deze hadden echter veel bijwerkingen en konden de levensduur van patiënten niet enorm verlengen. In 1996 kwam er een echt doorbraak toen medici een nieuw medicijn ontdekten. Ook deze had zijn bijwerkingen, maar door dit medicijn werd aids in plaats van een terminale ziekte, een chronische ziekte.
Door de aidsepidemie hebben homoseksuelen en hun levensstijl veel aandacht gekregen. Dit heeft bijgedragen aan een nieuw tijdperk binnen de ontwikkelingen van de homoseksualiteit. Mensen waren er nu bekend mee en dat kon alleen maar beter worden. Homoseksuelen konden steeds meer en meer in het openbaar gaan leven.
Tegenwoordig
Sinds de jaren ’90 is de homocultuur weer opgebloeid. Hedendaags wordt Nederland gezien als een zeer tolerant land wat betreft homoseksualiteit. Jammer genoeg komt het nog steeds vaak genoeg voor dat je in de krant leest dat homo’s worden gediscrimineerd wegens hun geaardheid. Nederland heeft dus nog een lange weg te gaan.
In de Verenigde Staten lopen ze, vergeleken met Nederland, een stuk achter. De overheid is hier nog steeds niet eens gestemd over het onderwerp homoseksualiteit. Homoseksuelen hebben niet in alle staten van Amerika gelijke rechten Nog steeds worden er geen lesbiennes of homo’s toegelaten tot het leger en ook het homohuwelijk is een punt van debat. President Bush probeerde tevergeefs het homohuwelijk via een wet in het hele land te verbieden.